« 10 februari 2008 - 16 februari 2008 | Hoofdmenu | 16 maart 2008 - 22 maart 2008 »

CBS: Groene stroomproductie neemt voor het eerst sinds 1990 af

De duurzame elektriciteitsproductie in Nederland is in 2007 afgenomen ten opzichte van 2006. Dat komt vooral door een forse afname in de bijstook van biomassa. Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag publiceerde. 6% van het Nederlandse stroomverbruik wordt op eigen bodem groen geproduceerd. In 2010 zou dat volgens afspraak 9% moeten zijn.

Gemeten in gigawatturen is het voor het eerst sinds 1990 dat de groene stroomproductie afneemt (procentueel gezien was er in 2003 ook al een afname te bespeuren, maar de absolute hoeveelheid geproduceerde groene stroom nam toen wél toe). Van een schamele 720 GWh in dat basisjaar, bloeide de hernieuwbare stroomproductie in 2006 naar ruim het tienvoudige daarvan: 7.589 GWh. Vorig jaar daalde dat naar 7.025 GWh.

Die 7.025 GWh is 6,01% van het totale Nederlandse elektriciteitsverbruik, stellen de statistici. Dat percentage zal nog iets stijgen als niet wordt gekeken naar binnenlands elektriciteitsverbruik maar naar de stroomproductie. Dit omdat Nederland netto stroomimporteur is. Voor 2007 heeft het CBS de productiecijfers nog niet compleet, maar voor 2006 gaat het om 6,54% als wordt gekeken naar het totale elektriciteitsverbruik en om 8,00% als de binnenlandse productie wordt beschouwd.

Windenergie is nu de belangrijkste groene stroomproducent van ons land. In 2007 werd met windturbines 3.437 GWh stroom opgewekt, dat is 2,94% van het totale stroomverbruik. Wordt ook naar de import gekeken dan blijkt de meeste groene stroom van waterkracht te komen. In 2007 werd daarvan 10.684 GWh geïmporteerd, op een totale groene import van 12.271 GWh.

Biomassabijstook bleef op 1.714 GWh steken (1,47%), afvalverbranding kwam tot 1.011 GWh (0,86%) en waterkracht leverde 109 GWh (0,09%). Zonnestroom, stroom uit biogas en andere kleine duurzame opwekkers zijn allemaal onder een kopje 'overig' geschaard en zijn goed voor 754 GWh in 2007 (0,6%).

Ter vergelijking de cijfers voor 2006: windenergie 2.733 GWh (2,35%), biomassa 3.103 GWh (2,67%), afvalverbranding 1.029 GWh (0,89%) en waterkracht 106 GWh (0,09%). Overige vormen kwamen op 618 GWh (0,5%).

Als oorzaak voor vooral de sterke terugloop in biomassabijstook geeft het CBS de gewijzigde subsidietarieven die halverwege 2006 van kracht werden. Iets meer dan een maand later schafte toenmalig minister Joop Wijn de hele Mep-subsidie af. De trend die in de cijfers van vorig jaar al zichtbaar was, heeft zich onverminderd doorgezet.

De cijfers nopen Groenlinks Tweede Kamerlid Wijnand Duyvendak ertoe om in een persbericht eerst Wijn een trap na te geven, en vervolgens minister Maria van der Hoeven op te roepen het bedrag dat voor de SDE-subsidie is uitgetrokken minimaal te verdubbelen. Dinsdag vergadert de Tweede Kamer over de SDE-regeling.

Copyright©, Energeia, 2008

Kabinet: marktwerking niet altijd goed, werkt redelijk in energiemarkt

De overheid moet bij de invoering van marktwerking meer oog hebben voor de consument. Die conclusie trekt het kabinet op basis van de ervaringen in onder meer de energiesector, in een onderzoeksrapport naar marktwerking. Minister Maria van der Hoeven heeft het rapport maandag naar de Tweede Kamer gestuurd.

In de uitgebreide studie werden elf sectoren onderzocht waarin de afgelopen tijd marktwerking is geïntroduceerd. Naast energie zijn dat luchtvaart, telecom, post, spoorgoederenvervoer, decentraal OV, curatieve zorg, reïntegratiediensten, kinderopvang, taxivervoer en notariaat. De hoofdconclusie is dat marktwerking in een aantal gevallen goed heeft gewerkt, maar ook in een aantal niet. "Het geloof in de markt is in het verleden wel eens te groot geweest", aldus minister van Financiën en vice-premier Wouter Bos vrijdag na de ministerraad.

Van der Hoeven schrijft de Tweede Kamer dat het kabinet zes lessen trekt uit het onderzoeksrapport. Duidelijk wordt in ieder geval dat dit kabinet (zonder de VVD in de gelederen) minder enthousiast is over marktwerking dan zijn voorgangers. Een van de conclusies, deels gebaseerd op de energiemarkt, is dat niet altijd vanuit de burger is gedacht. Er wordt bijvoorbeeld weinig geswitched, omdat het prijsverschil dat een individuele burger kan behalen te klein is. Daardoor gaat een welvaartseffect, dat voor de hele maatschappij wel groot is, in rook op.

Elke sector is uitgebreid onder de loep genomen in het onderzoeksrapport. Het onderzoek werd verricht door ambtenaren van verschillende ministeries, begeleid door een externe commissie. Over de marktwerking in de energiesector is de studie redelijk positief. Het aantal producten is toegenomen, de doelmatigheid verbeterd en de prijs is gedaald. Dat laatste natuurlijk niet in absolute getallen. Maar de onderzoekers hebben berekend hoe de 'kale' prijs van elektriciteit en gas zich ontwikkelde, zonder belastingen en de prijsstijgingen van grondstoffen.

Over de invloed van marktwerking op de tevredenheid van klanten over de energieleveranciers, kunnen de onderzoekers weinig zeggen. Er zijn geen cijfers van voor de liberalisering bekend. Wel is het rapportcijfer dat consumenten hun energiebedrijf geven in lijn met dat van banken en verzekeraars.

Consolidatie, een bekend gevolg van marktwerking, zette in de Nederlandse energiesector al in voor de liberalisering van 2004 (voor de kleinverbruikersmarkt). In 1987 waren er 134 (gemeentelijke) leveringsbedrijven, in 1995 was dat aantal al gereduceerd tot 36. Momenteel bezitten 39 bedrijven een leveringsvergunning voor elektriciteit en 30 voor gas. Al is dat aantal ietwat vertekend, want bijvoorbeeld Nuon, Essent, Eneco en Electrabel hebben er twee en veel andere vergunningshouders, zoals bijvoorbeeld Centrica en HVC Energie, zijn nauwelijks actief op de kleinverbruikersmarkt.

De werkgelegenheid in de energiesector is afgenomen sinds de liberalisering, met gemiddeld 3,3% per jaar. Al is niet duidelijk hoeveel banen zijn uitbesteed aan dienstverlenende bedrijven. Dat zou het beeld kunnen vertekenen. Maar dat de werkgelegenheid daalt, staat ook na die nuancering als een paal boven water voor de onderzoekers. De redenen zijn productiviteitsverbetering, schaalvergroting en de al genoemde uitbesteding (outsourcing).

Vooral banen van lager opgeleide werknemers met een technische achtergrond zijn verdwenen. In de handel en marketing zijn juist meer banen gecreëerd, voor hoog opgeleid personeel. De opstellers van het rapport halen een studie aan naar het sociaal beleid van Nuon, als voorbeeld voor de energiesector. Dat beleid wordt getypeerd als "zorgvuldig, maar in de loop der tijd minder ruimhartig en met minder garanties".

Problemen signaleert het onderzoek ook voor de energiesector. Zo steeg het aantal afsluitingen explosief, tot de overheid ingreep. Nu is het aantal afsluitingen weer erg laag. Bovendien is de marktmacht van een aantal grote bedrijven te groot. Dat is echter geen typisch Nederlands probleem, maar iets dat bijna overal in Europa speelt.

Ten slotte 'de dynamiek in de markt'. Er stappen vrij weinig mensen over naar een andere energieleverancier, terwijl dat toch een van de peilers is waar marktwerking op rust. Ook dit is volgens het onderzoek geen typisch Nederlands probleem. In vergelijking met andere markten is het cijfer weliswaar laag, maar in vergelijking met de energiemarkten van buurlanden valt het mee. In Duitsland en Denemarken liggen de switchpercentages even laag. In Groot-Brittannië, Zweden en Noorwegen stappen twee tot drie keer zo veel mensen over.

De verklaring voor het lage percentage is volgens het rapport dat energie een 'low interest-product' is. Concurrentie op kwaliteit is onmogelijk en er is geen 'natuurlijk switchmoment'. De telecommarkt kent dat bijvoorbeeld wel: als iemand aan een nieuwe GSM toe is. De angst voor administratieve problemen speelt mogelijk ook mee.

Copyright©, Energeia, 2008

Mobiele telefonie merk Ben is terug

'Ben er weer', met die kreet komt Ben na vijf jaar terug op de markt. Tussen 1999 en 2003 viel Ben op door zijn pakkende leus 'Ik ben Ben'. In 2002 nam t-Mobile Ben over. Nu vindt het bedrijf het tijd om het eigenzinnige merk Ben weer uit de kast te halen.

Afgelopen week werd de nieuwe Ben-campagne al gestart met posters in bushokjes waarop mensen met hun handen voor hun gezicht staan. Morgen zijn die handen verdwenen en 'is Ben er weer'.

Net als in 1999 zorgt nu ook het reclamebureau KesselsKramer voor de campagne. Toen ontvingen reclamemakers Erik Kessels en Johan Kramer daarvoor talloze prijzen, waaronder enkele Effies.

Johan Kramer noemde de verwachte terugkeer vorige week in Elsevier 'Een slecht idee'. 'Ben was destijds anders dan de telecomgiganten. Het kon zich authentiek gedragen.' Nu Ben zelf onderdeel is van zo'n concern wordt het een marketingtrucje, vindt Kramer, die sinds 2005 niet meer werkzaam is bij KesselsKramer.

Ben gaat alleen abonnementen verkopen. Net als vroeger worden drie abonnementsvormen aangeboden: Ben soms, Ben regelmatig en Ben vaak.

Bron: Zibb.nl en Elsevier.nl

Nuon maakt EUR 875 mln winst; Van Halderen houdt volledig salaris tot 2011

Nuon heeft over 2007 een nettowinst gemaakt van EUR 875 mln. Dat is 15% meer dan in 2006. De stijging is nog groter als de bijzondere posten niet worden meegerekend. Zonder bijzonder posten verdubbelde de winst bijna: EUR 982 mln in 2007 tegenover EUR 495 mln in 2006. Volgens Nuon is de winstgroei vooral te danken aan goede prestaties van de productie- en handelsactiviteiten.

"Nuon heeft een buitengewoon goed jaar achter de rug", aldus topman Ludo van Halderen, die voor het laatst de jaarresultaten van Nuon toelichtte. In april stapt hij op om plaats te maken voor de Noor Øystein Løseth, maakte het bedrijf vrijdag bekend.

D
e netto-omzet van Nuon steeg met 1% naar EUR 5,65 mrd. Het energiebedrijf behaalde een hogere omzet op de elektriciteitsverkoop, maar verkocht minder gas. Dat heeft volgens Nuon te maken met het relatief warme weer in het eerste half jaar van2007. In het vierde kwartaal, dat wel koud was, verkocht Nuon juist veel meer gas dan in 2006. In het vierde kwartaal van 2007 werd mede daardoor een winst gemaakt van EUR 210 mln, terwijl Nuon over het vierde kwart van 2006 nog rode cijfers schreef: een verlies van EUR 10 mln. Ook de hogere marges op elektriciteitsverkoop en hogere productie van elektriciteit (minder uitval in centrales) hebben een rol gespeeld in dit grote verschil.

Het aantal klanten van Nuon in Nederland daalde in 2007. Volgens Nuon was de daling minder dan 1%. Het bedrijf heeft naar eigen zeggen echter de trend weten te keren in het derde kwartaal. In de laatste maanden van 2007 groeide het aantal klanten licht. Illustratief voor de nog immer toenemende elektriciteitsconsumptie is dat de Nuon-klanten met minder waren, maar wel ongeveer 1% meer elektriciteit verbruikten dan in 2006. De hoeveelheid gas die Nuon op de consumentenmarkt verkocht, daalde met 11% ten opzichte van 2006. Op de zakelijke markt daalden het marktaandeel en geleverde volume ook. Dat komt volgens Nuon door het verlies van een grote klant (de NS) begin 2007.

In het buitenland steeg het aantal klanten van Nuon in2007. In België werden 24.000 klanten gewonnen en staat de teller nu op 256.000. Dat doet op het eerste gezicht aan als een daling in het aantal klanten, omdat Nuon in het verleden altijd een aantal van 400.000 naar buiten bracht. Maar dat was het aantal aansluitingen: dus als een Belgisch huishouden elektriciteit en gas kocht van Nuon, werd dat dubbel geteld. Het is de Belgische manier van tellen, Nuon is nu overgeschakeld op de Nederlandse telling, legt woordvoerster Floske Kusse uit.

In Duitsland had Nuon een goed jaar. Het energiebedrijf ging in diverse nieuwe regio's elektriciteit verkopen en wierf in totaal 185.000 nieuwe klanten aan in 2007. Dat brengt het totaal aan Duitse huishoudens die Nuon-klant zijn volgens het concern op 214.000. Duitsland is dus hard op weg om België in te halen als tweede markt voor Nuon.

Nuon is dit jaar van plan om EUR 413 mln dividend uit te keren aan zijn aandeelhouders. Dat is het gebruikelijke percentage van 45% van de nettowinst na belastingen, exclusief bijzondere posten. De vaststelling vindt plaats tijdens de algemene aandeelhoudersvergadering in Amsterdam op dinsdag 22 april, de laatste werkdag van scheidend topman Ludo van Halderen.

Die zorgt na zijn vertrek overigens ook nog voor een aardige kostenpost. Volgens een woordvoerder van Nuon voorziet het contract van Van Halderen, dat in 2010 afloopt, erin dat de topman tot zijn 65e een volledig bruto jaarsalaris ontvangt. "Normaal gesproken ontvangt iemand bij vervroegd uittreden een vergoeding van 70%. Maar bij Van Halderen zijn er separate afspraken gemaakt", aldus een woordvoerder.

Ludo van Halderen is 61, hij viert in september 2011 zijn 65e verjaardag. Van Halderen krijgt tot die tijd het brutosalaris, dus zonder bonussen, uitbetaald dat hij in 2008 verdient. De hoogte daarvan is niet bekend. Wel is bekend dat het salaris in 2006 EUR 427.000 bedroeg en vorig jaar verhoogd is met 3%.

Copyright©, Energeia, 2008